ECLI:NL:RVS:2020:3027
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake verblijfsvergunning asiel voor minderjarige uit Darfur
Een Sudanese alleenstaande minderjarige vreemdeling uit de Masalit-bevolkingsgroep uit West-Darfur vroeg op 26 februari 2017 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan. De staatssecretaris wees deze aanvraag bij besluit van 20 maart 2020 opnieuw af, omdat onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat de vreemdeling bij terugkeer een reëel risico liep op schending van artikel 3 EVRM Pro.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en droeg de staatssecretaris op binnen vier weken een verblijfsvergunning te verlenen met terugwerkende kracht tot 26 februari 2017. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening, die werd toegewezen waardoor het besluit van de rechtbank niet direct hoefde te worden uitgevoerd.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte zelf in de zaak had voorzien en vernietigde de uitspraak voor zover deze de staatssecretaris opdroeg de vergunning te verlenen. De staatssecretaris moet binnen acht weken een nieuw besluit nemen met inachtneming van de eerdere uitspraak. Voor iedere dag vertraging verbeurt de staatssecretaris een dwangsom. Het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling en het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover deze de vergunning oplegt; de staatssecretaris moet binnen acht weken een nieuw besluit nemen.