ECLI:NL:RVS:2020:2750
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Helder
- D.A. Verburg
- P.H.A. Knol
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit tegen paardenbakken en hekwerken in strijd met bestemmingsplan Gilze en Rijen
Het college van burgemeester en wethouders van Gilze en Rijen legde aan appellante een last onder dwangsom op vanwege diverse overtredingen op haar perceel, waaronder het gebruik van een overdekte paardenbak, een buitenpaardenbak met omheining en hekwerken met toegangspoort. Appellante maakte bezwaar en stelde beroep in tegen het handhavingsbesluit.
De rechtbank oordeelde dat het college bevoegd was tot handhaving en dat de last niet te verstrekkend was, maar gaf het college de opdracht om gebreken in het besluit te herstellen. Het college nam een nieuw besluit dat de rechtbank bevestigde. Appellante stelde in hoger beroep dat het gebruik als paardenbak recreatief medegebruik was, dat de buitenpaardenbak deels binnen het bouwvlak lag, dat het college het gelijkheidsbeginsel had geschonden en dat het vertrouwensbeginsel van toepassing was.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het gebruik als paardenbak niet valt onder recreatief medegebruik, dat de paardenbak als bouwwerk zonder vergunning is gebouwd en deels buiten het bouwvlak ligt, dat het college terecht prioriteit stelde op basis van handhavingsbeleid, en dat het beroep op het vertrouwensbeginsel niet slaagt. De last is duidelijk geformuleerd en niet te verstrekkend. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraken bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de handhavingsbesluiten worden bevestigd.