ECLI:NL:RVS:2013:BZ1681
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving tegen niet-agrarisch gebruik perceel ondanks incidenteel paardrijden
Het college heeft appellant verplicht het gebruik van zijn perceel voor niet-agrarisch gebruik, in dit geval paardrijden door derden, te beëindigen. Dit besluit volgde op een klacht van omwonenden en werd ondersteund door het bestemmingsplan dat het perceel bestemde als agrarisch gebied met landschappelijke waarden.
Appellant stelde dat het gebruik incidenteel en kortdurend was en onder de definitie van extensief recreatief medegebruik viel, waardoor het niet strijdig zou zijn met het bestemmingsplan. De rechtbank oordeelde echter dat het gebruik wekelijks plaatsvond en niet als incidenteel kon worden aangemerkt, en dat paardrijden niet valt onder extensief recreatief medegebruik zoals bedoeld in het plan.
De Raad van State bevestigde dit oordeel en stelde dat het college bevoegd was handhavend op te treden. De verplaatsing van de activiteiten naar het midden van het perceel maakte het gebruik niet rechtmatig en voorkwam niet automatisch overlast. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de handhaving tegen het niet-agrarisch gebruik van het perceel bevestigd.