ECLI:NL:RBDHA:2021:1122
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens onvoldoende aannemelijkheid homoseksuele geaardheid
Eiseres, een Russische vrouw, verzocht om een verblijfsvergunning asiel op grond van haar homoseksuele geaardheid. De staatssecretaris wees haar aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat eiseres onvoldoende inzicht en consistentie had gegeven in haar seksuele geaardheid en de daaraan gerelateerde problemen in Rusland.
Tijdens de zitting werd vastgesteld dat eiseres onvoldoende eenduidig en diepgaand kon verklaren over haar homoseksualiteit, mede door tegenstrijdige en vage verklaringen over het moment van bewustwording en de aard van haar gevoelens. De rechtbank oordeelde dat dit niet voldeed aan de vereisten voor aannemelijkheid zoals vastgesteld in eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak.
De rechtbank overwoog dat de staatssecretaris het besluit zorgvuldig had voorbereid, rekening houdend met medische adviezen en de omstandigheden van eiseres tijdens het gehoor. De ingebrachte e-mails ter ondersteuning van haar geaardheid werden niet als objectief verifieerbaar beschouwd.
Gelet op het voorgaande concludeerde de rechtbank dat het beroep ongegrond is en dat eiseres niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op grond van haar geaardheid. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond.