ECLI:NL:RBGEL:2024:8480
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling last onder dwangsom wegens vermeende overtreding drugshandelverbod op openbare plaats
Eiser werd geconfronteerd met een last onder dwangsom wegens overtreding van artikel 2:74 van Pro de Algemene Plaatselijke Verordening Rheden, dat het kennelijke doel om drugs te verhandelen op openbare plaatsen verbiedt. Deze last was gebaseerd op een bestuurlijke rapportage van de politie waarin werd vastgesteld dat eiser met meer dan een gebruikershoeveelheid harddrugs op straat was aangetroffen, wat aanleiding gaf tot een preventieve maatregel.
Eiser betwistte dat sprake was van drugshandel, stellende dat enkel bezit onvoldoende is voor overtreding van artikel 2:74 APV Pro en dat hij door de strafrechter was vrijgesproken van drugshandel. De rechtbank overwoog dat voor de overtreding van dit artikel niet vereist is dat daadwerkelijk drugshandel is bewezen, noch dat een strafrechtelijke veroordeling heeft plaatsgevonden. De bestuurlijke maatregel staat los van strafrechtelijke procedures.
Daarnaast stelde eiser dat de hoorplicht was geschonden omdat de hoorzitting niet werd uitgesteld ondanks een gemotiveerd verzoek van zijn gemachtigde. De rechtbank erkende deze schending maar paste artikel 6:22 Awb Pro toe, waardoor het gebrek werd gepasseerd omdat aannemelijk was dat de uitkomst van het bezwaar niet anders zou zijn geweest.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar veroordeelde de burgemeester tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiser wegens de schending van de hoorplicht. De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige procedurele behandeling, ook bij bestuurlijke maatregelen die losstaan van strafrechtelijke uitspraken.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wordt ongegrond verklaard, maar de burgemeester moet proceskosten en griffierecht aan eiser vergoeden wegens schending van de hoorplicht.