ECLI:NL:RVS:2019:896
Raad van State
- Hoger beroep
- B.J. van Ettekoven
- J.E.M. Polak
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Toepassing van het vertrouwensbeginsel bij herstelsancties in het omgevingsrecht
De zaak betreft een hoger beroep van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter over een last onder dwangsom voor een dakopbouw zonder vergunning. De voormalige eigenaren van het pand stelden dat zij destijds door een bouwinspecteur mondeling toestemming en geruststelling kregen dat geen vergunning nodig was en dat handhaving niet zou plaatsvinden. De huidige eigenaar werd geconfronteerd met handhaving ondanks gedeeltelijke legalisering.
De staatsraad advocaat-generaal heeft een conclusie uitgebracht over de toepassing van het vertrouwensbeginsel in het omgevingsrecht, met name of uitlatingen namens een overheidsorgaan gerechtvaardigd vertrouwen kunnen wekken dat geen herstelsanctie zal volgen. De conclusie behandelt de juridische kwalificatie van toezeggingen, de bevoegdheid van functionarissen om dergelijke toezeggingen te doen, en de belangenafweging tussen het vertrouwen van de burger, het algemene belang en belangen van derden.
De conclusie stelt dat het bestuursorgaan gebonden is aan toezeggingen die door een bevoegd persoon zijn gedaan of waarvan de schijn van bevoegdheid toerekenbaar is. Er wordt een functionele risicotoerekening voorgesteld waarbij de overheid verantwoordelijk is voor onbevoegdelijk gewekte verwachtingen door haar functionarissen. Tevens wordt benadrukt dat de belangenafweging cruciaal is: honorering van vertrouwen kan worden afgewezen als zwaardere belangen in het geding zijn, maar dan dient subsidiair schadevergoeding te worden betaald.
De conclusie bespreekt ook de procedurele mogelijkheden voor schadevergoeding, waarbij het onzelfstandige schadebesluit op basis van art. 3:4 Awb Pro wordt aanbevolen als efficiënte weg. De staatsraad advocaat-generaal pleit voor een ruimere interpretatie van het vertrouwensbeginsel, waardoor eerder toegang ontstaat tot nakoming of schadevergoeding, en daarmee tot beter bestuur en communicatie door overheidsorganen.
Uitkomst: De conclusie adviseert een ruimere toepassing van het vertrouwensbeginsel bij herstelsancties met nadruk op belangenafweging en schadevergoeding bij schending van gerechtvaardigd vertrouwen.