ECLI:NL:RVS:2019:1955
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep vreemdeling op verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling uit Eritrea had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 1 november 2018 werd afgewezen wegens ongeloofwaardigheid van zijn identiteit en illegale uitreis. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarbij de staatssecretaris werd opgedragen een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris ging tegen deze uitspraak in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overwoog dat het aan de vreemdeling is om zijn illegale uitreis aannemelijk te maken, waarbij geloofwaardigheid van verklaringen doorslaggevend is. De staatssecretaris had terecht gewezen op tegenstrijdigheden in de verklaringen over naam, geboortedatum, vertrekmoment en route, en op het ontbreken van geloofwaardige uitleg over het vermijden van grensbewaking.
Het door de vreemdeling overgelegde UNHCR-document toonde registratie in een vluchtelingenkamp in Ethiopië, maar dit maakte de illegale uitreis niet aannemelijk. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de staatssecretaris niet voldoende had gevolgd in zijn motivering en dat het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard moest worden.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.