ECLI:NL:RVS:2018:915
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Beoordeling veiligheidssituatie in Afghanistan voor asielaanvraag verblijfsvergunning
De staatssecretaris wees de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, hetgeen de vreemdeling in hoger beroep aanvocht. De kern van het geschil betreft de vraag of de algemene veiligheidssituatie in Afghanistan, en specifiek in Ghazni, zodanig verslechterd is dat terugkeer niet verantwoord is.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de zaak behandeld en diverse rapporten van onder meer UNAMA, Amnesty International, het European Asylum Support Office en andere internationale instanties betrokken. Deze rapporten tonen aan dat de veiligheidssituatie in Afghanistan zorgwekkend is met een hoog aantal burgerslachtoffers en ontheemden, maar dat dit niet leidt tot een uitzonderlijke situatie zoals bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3, van de Vreemdelingenwet 2000.
De Afdeling overweegt dat hoewel er sprake is van langdurige gewapende conflicten en aanslagen, de veiligheidsstructuur functioneert en hervormingen plaatsvinden. Het aantal burgerslachtoffers, gelet op de omvang van de bevolking, is niet zo hoog dat er sprake is van een uitzonderlijke situatie die bescherming rechtvaardigt. Ook het feit dat sommige EU-landen de situatie anders beoordelen, leidt niet tot een ander oordeel.
De overige grieven van de vreemdeling zijn niet ontvankelijk of leiden niet tot vernietiging. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt bevestigd.