Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopEiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 10 september 2018 (het bestreden besluit).
Overwegingen
Met betrekking tot de afwijzing als kennelijk ongegrond, heeft eiser betoogd dat verweerder niet gemotiveerd heeft gereageerd op zijn zienswijze met betrekking tot de verschillende geboortedata.
De rechtbank oordeelt als volgt.
De uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Zwolle, waar eiser naar heeft verwezen, gaat over gezinsleden die door verschillende ambtenaren zijn gehoord. Daardoor waren er tegenstrijdigheden in hun verklaringen ontstaan. Naar het oordeel van de rechtbank is er geen sprake van vergelijkbare gevallen en faalt het beroep op het gelijkheidsbeginsel.
De Afdeling heeft op 21 maart 2018 geoordeeld dat hoewel de veiligheidssituatie in sommige delen van Afghanistan zorgelijk is, er geen sprake is van een uitzonderlijke situatie. [3] Verder heeft de Afdeling op 1 oktober 2018 geoordeeld dat het thematisch ambtsbericht geen aanleiding geeft voor een ander oordeel. [4] Ten aanzien van de informatie van UNHCR en Amnesty International stelt de rechtbank vast dat daaruit geen ander beeld naar voren komt over de veiligheidssituatie in Afghanistan, zodat ook hierin geen aanleiding wordt gezien om tot een ander oordeel te komen dan de Afdeling. De beroepsgrond faalt.