ECLI:NL:RVS:2018:4201
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.B.M. Hent
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vrijheidsontneming vreemdeling in luchthavenlounge door langdurig verblijf
Een vreemdeling van Cubaanse nationaliteit vroeg op 25 januari 2018 asiel aan op Schiphol en verbleef tot 28 januari 2018 in de luchthavenlounge vanwege capaciteitsproblemen bij de Koninklijke Marechaussee. De rechtbank oordeelde dat dit verblijf onredelijk lang duurde en kwalificeerde het als vrijheidsontneming zonder geldige titel, wat onrechtmatig was. De staatssecretaris stelde dat het verblijf niet als vrijheidsontneming moest worden gezien omdat de omstandigheden in de lounge niet waren veranderd en verwees naar capaciteitsproblemen en voorzieningen in de lounge.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het verblijf langer dan een nacht onacceptabel is en dat de lounge ongeschikt is voor menswaardige opvang. De staatssecretaris had moeten zorgen voor adequate voorzieningen zoals bed, bad en brood of anders het grensbewakingsbelang moeten prijsgeven. De rechtbank had zich terecht bevoegd geacht om te oordelen over de vrijheidsontneming en de Afdeling bevestigde dit oordeel met verbetering van de gronden.
De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van een schadevergoeding van €80 en proceskosten van €1002 ten behoeve van de vreemdeling. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.