ECLI:NL:RBDHA:2024:21058
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van vrijheidsontnemende maatregel in asielprocedure en afwijzing beroep
De zaak betreft een beroep tegen een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd aan eiser op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser betwistte de rechtmatigheid van de maatregel en stelde tevens een verzoek om schadevergoeding in.
De rechtbank stelde vast dat de aanwijzing op grond van artikel 4.6 van het Vreemdelingenbesluit 2000 wel in het dossier aanwezig was, ondanks het betoog van eiser. De verblijfstijd van eiser in de lounge was binnen de toegestane termijn van één nacht, zoals bevestigd door de hoogste bestuursrechter. Eiser had zich op 1 november 2024 gemeld voor het indienen van zijn asielaanvraag en kreeg die dag de maatregel opgelegd.
Gezien het ontbreken van bijzondere individuele omstandigheden die vrijheidsontneming onevenredig bezwarend maken en het feit dat de maatregel niet onrechtmatig werd geacht, verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.