ECLI:NL:RVS:2015:2424
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling na toegangsweigering Schengengebied
De zaak betreft het hoger beroep van een vreemdeling tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag die het beroep tegen een vrijheidsontnemende maatregel ongegrond verklaarde. De maatregel werd opgelegd na weigering van toegang tot het Schengengebied en het vervoer naar het Justitieel Complex Schiphol (JCS).
De vreemdeling stelde dat hem reeds bij de eerstelijnscontrole vrijheidsontneming was opgelegd, omdat hij de wachtruimte niet zonder toestemming mocht verlaten, en dat deze onrechtmatig was. De Afdeling oordeelde dat deze beperking van bewegingsvrijheid niet kwalificeert als vrijheidsontneming in de zin van artikel 5 EVRM Pro, omdat het een feitelijke beperking betrof die niet het gevolg was van een actief ingrijpen van de overheid, en bovendien niet onredelijk lang duurde.
Verder klaagde de vreemdeling dat voor het vervoer van Hoek van Holland naar het JCS een afzonderlijke beschikking vereist was. De Afdeling stelde dat de beschikking model M19 met plaatsaanduiding JCS ook het vervoer en het wachten daarop dekt, en dat het wachten op vervoer van meerdere vreemdelingen niet onredelijk lang was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de rechtmatigheid van de vrijheidsontnemende maatregel en wijst het hoger beroep van de vreemdeling af.