ECLI:NL:RVS:2018:2764
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- G. Snijders
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing nadeelcompensatie Tracébesluit Omlegging Zuid-Willemsvaart
H.I.M. Retail B.V. en H.I.M. Rosmalen B.V. hebben een verzoek om nadeelcompensatie ingediend wegens schade veroorzaakt door het Tracébesluit 'Omlegging Zuid-Willemsvaart Maas-Den-Dungen'. De minister wees dit verzoek af omdat het te laat was ingediend, na het verstrijken van de vijfjarige verjaringstermijn.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de afwijzing. H.I.M. stelde in hoger beroep dat de verjaringstermijn pas begon toen zij daadwerkelijk bekend werd met de schade, namelijk na het einde van onderhandelingen over bedrijfsverplaatsing in 2012.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank niet bevoegd was het beroep te behandelen en dat de verjaringstermijn op grond van artikel 3:310 BW Pro pas begint wanneer de benadeelde bekend is met de schade en de aansprakelijke partij. De Afdeling vernietigde het besluit en de uitspraak van de rechtbank en beval de minister tot hernieuwde beoordeling over te gaan.
Daarnaast werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak verduidelijkt de toepassing van verjaringsregels op nadeelcompensatie bij Tracébesluiten en benadrukt de noodzaak van tijdige behandeling van dergelijke verzoeken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van de minister en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd, en de minister wordt verplicht het verzoek om nadeelcompensatie opnieuw te beoordelen.