Uitspraak
Datum uitspraak: 10 juli 2019
BESTUURSRECHTSPRAAK
voorzitter griffier
Raad van State
Appellant kocht in 1999 een woning nabij het tracé van de Betuweroute en stelt schade te hebben geleden door trillinghinder, geluidsoverlast en verzakkingen door bronbemalingswerkzaamheden in opdracht van ProRail.
De minister wees het verzoek om nadeelcompensatie af omdat appellant het risico van hinder bij aankoop had aanvaard en de schade niet het gevolg zou zijn van rechtmatige uitvoeringshandelingen. Appellant voerde aan dat de minister het verzoek onterecht buiten de regeling plaatste en dat de schadevergoeding niet mocht worden geweigerd vanwege een civielrechtelijke procedure.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de minister de afwijzing onvoldoende heeft gemotiveerd en vernietigt het besluit. Echter, de aanspraak op nadeelcompensatie was op het moment van het verzoek in 2017 verjaard volgens de verjaringsregels van het Burgerlijk Wetboek. Daarom blijven de rechtsgevolgen van het besluit in stand. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het verzoek om nadeelcompensatie wordt afgewezen wegens verjaring, ondanks vernietiging van het besluit wegens ondeugdelijke motivering.