ECLI:NL:HR:2010:BM7041
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- W.A.M. van Schendel
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Verjaring vordering schadevergoeding RSI-klachten werknemer tegen werkgever
De zaak betreft een werknemer die sinds 1992 klachten had aan nek, schouder en arm, die in 1996 verergerden en werden behandeld zonder blijvend resultaat. De werknemer stelde zijn werkgever aansprakelijk voor de schade als gevolg van RSI-klachten en vorderde vergoeding.
De werkgever voerde verjaring aan, omdat de werknemer volgens haar al vóór 26 oktober 2000 bekend was met de schade en de aansprakelijkheid. De kantonrechter verwierp dit, maar het hof oordeelde dat de verjaringstermijn reeds was begonnen en wees de vordering af.
De Hoge Raad bevestigt dat de verjaringstermijn begint te lopen zodra de benadeelde bekend is met de schade en de aansprakelijke persoon, zonder dat bekendheid met alle schadecomponenten vereist is. Uit het dossier blijkt dat de werknemer al vóór 26 oktober 2000 voldoende zekerheid had over de arbeidsgerelateerde oorzaak van zijn klachten en het chronische karakter daarvan.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof, waarbij de werknemer in de kosten wordt veroordeeld.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de vordering tot schadevergoeding wegens RSI-klachten verjaard is.