ECLI:NL:RVS:2018:2168
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel LHBTI uit Cuba
De staatssecretaris wees een asielaanvraag van een transgender vrouw uit Cuba af. De rechtbank had het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd. De staatssecretaris ging in hoger beroep. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State onderzocht de algemene situatie van LHBTI in Cuba en concludeerde dat hoewel vooruitgang is geboekt, LHBTI nog steeds met discriminatie en geweld te maken hebben, maar geen sprake is van systematische vervolging.
De persoonlijke situatie van de vreemdeling werd beoordeeld: zij werd meerdere malen aangehouden, geslagen en gediscrimineerd, maar de Afdeling vond onvoldoende bewijs dat deze problemen uitsluitend verband hielden met haar seksuele gerichtheid of genderidentiteit. Ook was er geen aannemelijk bewijs dat zij geen bescherming kon krijgen van de autoriteiten of CENESEX.
De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris voldoende had gemotiveerd dat de wet 'potentieel gevaar' niet discriminerend werd toegepast en dat de vreemdeling niet aannemelijk had gemaakt dat zij vervolging of een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro te vrezen had. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel bevestigd.