ECLI:NL:RVS:2018:2169
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep vreemdeling in asielzaak
De vreemdeling, geboren als man maar zich identificeert als vrouw, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 18 december 2017 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, maar de staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris terecht had geoordeeld dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat haar problemen in Cuba verband hielden met haar genderidentiteit en dat deze problemen niet zodanig zwaarwegend waren om als vervolging in vluchtelingenrechtelijke zin te gelden. Tevens werd geoordeeld dat de staatssecretaris voldoende had gemotiveerd waarom zij de aanvullingen en correcties van de vreemdeling had meegewogen en dat de vreemdeling onvoldoende had onderbouwd dat haar medische behandeling bij terugkeer niet gegarandeerd zou zijn.
Op grond van deze overwegingen vernietigde de Raad van State de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel blijft in stand.