ECLI:NL:RVS:2018:1326
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- A.B.M. Hent
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep verblijfsvergunning zelfstandige
De vreemdeling, met de Turkse nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met het doel als zelfstandige een kapperszaak te exploiteren. De staatssecretaris wees deze aanvraag af wegens onvoldoende onderbouwing dat de beoogde arbeid een wezenlijk Nederlands belang dient. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarbij de staatssecretaris werd opgedragen een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en voerde aan dat het ondernemingsplan onvoldoende was omdat het ontbrak aan een markt- en concurrentieanalyse toegespitst op de eigen onderneming, een vereiste voor adviesaanvraag bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RvO). De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de staatssecretaris dit standpunt redelijkerwijs mocht innemen en dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de aanvraag voldoende onderbouwd was.
Verder stelde de vreemdeling dat hij ten onrechte niet in bezwaar was gehoord, maar de Afdeling vond dat de staatssecretaris terecht had afgezien van een hoorzitting omdat het bezwaar geen nieuwe onderbouwing bevatte. De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.