ECLI:NL:RBDHA:2018:15128
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning zelfstandige en oplegging inreisverbod
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende vreemdeling, heeft meerdere aanvragen ingediend voor een verblijfsvergunning regulier met als doel arbeid als zelfstandige. De laatste aanvraag betrof werkzaamheden bij CCM Onderaannemer VOF. Verweerder wees de aanvraag af wegens het ontbreken van voldoende bewijsstukken die een wezenlijk Nederlands belang aantonen en legde een inreisverbod van twee jaar op vanwege niet-naleving van een eerder opgelegd terugkeerbesluit.
De rechtbank overwoog dat eiser onvoldoende bewijsstukken had overgelegd, waaronder een onderbouwd ondernemingsplan, marktanalyse en financiële documenten. De door eiser aangevoerde positieve ontwikkelingen in de bouwsector en zijn specialisatie werden onvoldoende onderbouwd. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en de standstill-bepaling faalde omdat de situatie niet vergelijkbaar was met andere zaken.
Ten aanzien van het inreisverbod oordeelde de rechtbank dat dit terecht was opgelegd omdat eiser illegaal in Nederland verbleef en niet aan zijn terugkeerverplichting had voldaan. De aangevoerde bezwaren tegen het inreisverbod, waaronder schending van het evenredigheidsbeginsel en de standstill-bepaling, werden verworpen. De beroepen werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het inreisverbod van twee jaar wordt bevestigd.