ECLI:NL:RVS:2015:410
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 4 december 2013 de aanvraag van een vreemdeling voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. De vreemdeling maakte bezwaar, dat op 17 april 2014 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moest nemen.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte aanvullende stukken die pas in beroep waren overgelegd, had betrokken bij haar beoordeling en dat de vreemdeling niet had voldaan aan de vereisten voor onderbouwing van zijn ondernemingsplan en persoonlijke ervaring. De rechtbank had ook onterecht geoordeeld dat de vreemdeling in de bezwaarfase had moeten worden gehoord.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de aanvullende stukken niet in beroep beoordeeld mogen worden, dat de vreemdeling niet de vereiste stukken tijdig had overgelegd en dat het niet horen van de vreemdeling in de bezwaarfase terecht was. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.