ECLI:NL:RBDHA:2018:9977
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- T. Sleeswijk Visser-de Boer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige arbeid Turkse nationaliteit wegens ontbreken onderbouwing
Eiser, een Turkse nationaliteit hebbende vreemdeling, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning in verband met arbeid als zelfstandige. De aanvraag werd op 28 juni 2017 afgewezen door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wegens het ontbreken van een ondernemingsplan en andere onderliggende documenten ter onderbouwing. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen.
Na het ongegrond verklaren van het bezwaar op 21 maart 2018 door verweerder, stelde eiser beroep in bij de rechtbank. Tijdens de zitting op 16 augustus 2018 was eiser vertegenwoordigd, maar verweerder was verhinderd. De voorzieningenrechter besloot op grond van artikel 8:86 Awb Pro direct uitspraak te doen op zowel het verzoek om voorlopige voorziening als het beroep.
De rechtbank oordeelde dat eiser ondanks toezegging geen onderbouwing heeft overgelegd, waardoor de aanvraag terecht niet aan de Minister van Economische Zaken is voorgelegd. Het mvv-vereiste werd niet tegen eiser gebruikt vanwege zijn verblijfsvergunning voor Italië. De hoorplicht werd niet geschonden omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen wegens het ontbreken van onderbouwing van de aanvraag verblijfsvergunning.