ECLI:NL:RVS:2018:1066
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Belanghebbendheid bij omgevingsvergunning voor mestverwerkingsinstallatie in Buggenum
Het college van burgemeester en wethouders van Leudal verleende op 9 september 2014 een omgevingsvergunning aan NMO B.V. voor het bouwen van een loods en opslagsilo's voor mestverwerking op het bedrijventerrein Zevenellen te Buggenum. Diverse omwonenden en de Stichting Dorpsraad Buggenum stelden beroep in tegen dit besluit. De rechtbank Limburg oordeelde dat de individuele appellanten niet als belanghebbenden konden worden aangemerkt vanwege onvoldoende directe gevolgen, terwijl de stichting eveneens niet als belanghebbende werd beschouwd.
In hoger beroep stelde de Raad van State vast dat de rechtbank terecht oordeelde dat de individuele appellanten onvoldoende directe, betekenisvolle gevolgen ondervinden van het project, mede gelet op afstand, zicht en milieuhinder. De rechtbank had terecht geen belanghebbendheid aangenomen voor geur- en verkeershinder. De stichting stelde echter een collectief belang te behartigen met betrekking tot de woon- en leefomgeving in Buggenum.
De Raad van State oordeelde dat de stichting krachtens haar statutaire doelstelling en feitelijke werkzaamheden een zelfstandig collectief belang behartigt dat rechtstreeks bij het besluit is betrokken. De rechtbank had ten onrechte de stichting niet als belanghebbende erkend. Daarom werd het hoger beroep van de stichting gegrond verklaard, de uitspraak vernietigd voor zover het de stichting betreft, en het onderzoek heropend voor nadere beoordeling. Het hoger beroep van de individuele appellanten en andere betrokkenen werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van individuele appellanten wordt ongegrond verklaard, het hoger beroep van Stichting Dorpsraad Buggenum gegrond en het onderzoek naar haar belanghebbendheid heropend.