ECLI:NL:RVS:2017:3233
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.B.M. Hent
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling afgewezen voor rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan na onderzoek schijnrelatie
De staatssecretaris wees op 21 juni 2016 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsdocument als gemeenschapsonderdaan af. De vreemdeling maakte bezwaar, dat op 21 september 2016 ongegrond werd verklaard. De rechtbank bevestigde dit op 20 mei 2017. Zowel de vreemdeling als de staatssecretaris stelden hoger beroep in bij de Raad van State.
De staatssecretaris voerde aan dat er voldoende concrete aanwijzingen waren om een onderzoek naar een schijnrelatie te rechtvaardigen, onder meer vanwege een langdurig illegaal verblijf van de vreemdeling en een significant leeftijdsverschil met de referent. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat deze aanwijzingen onvoldoende waren en verklaarde het incidenteel hoger beroep van de staatssecretaris gegrond.
Het hoger beroep van de vreemdeling werd echter ongegrond verklaard omdat de aangevoerde gronden geen aanleiding gaven tot vernietiging van het besluit. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van de vreemdeling alsnog ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris bevestigd.