ECLI:NL:RVS:2016:2120
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over afwijzing verblijfsdocument wegens vermoedelijk schijnhuwelijk
De staatssecretaris wees de aanvraag van een Marokkaanse vreemdeling om een verblijfsdocument als familielid van een Britse EU-burger af wegens vermoedelijk misbruik van het verblijfsrecht door een schijnhuwelijk. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit. De staatssecretaris ging in hoger beroep.
De Raad van State oordeelde dat er voldoende concrete aanwijzingen waren voor een nader onderzoek naar het bestaan van een schijnhuwelijk, waaronder het feit dat het gezinsleven pas werd aangegaan na eerdere terugkeerbesluiten en een inreisverbod, eerdere mislukte verblijfsprocedures, illegaal verblijf en het ontbreken van registratie in België. De weigering van de vreemdeling en referent om mee te werken aan een hoorzitting werd hen toegerekend.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. De staatssecretaris hoefde het gevraagde verblijfsdocument niet te verstrekken. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard wegens gegrond vermoeden van schijnhuwelijk.