ECLI:NL:RBDHA:2022:14719
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsdocument wegens schijnhuwelijk en niet-ontvankelijkheid voorlopige voorziening
Eiser, een Albanese nationaliteit, verzocht om een verblijfsdocument als familielid van een EU-burger, zijn Poolse echtgenote. Verweerder wees de aanvraag af wegens vermoedens van een schijnhuwelijk, gebaseerd op tegenstrijdige en ongeloofwaardige verklaringen tijdens een nader onderzoek.
Eiser betwistte het vermoeden van een schijnhuwelijk en stelde dat de hoorplicht was geschonden. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht beslissingsruimte had om nader onderzoek te doen en dat de gebruikte indicatoren voor misbruik niet-limitatief zijn.
De rechtbank vond de tegenstrijdigheden over belangrijke levensgebeurtenissen overtuigend en concludeerde dat het huwelijk als schijnhuwelijk kon worden aangemerkt. De hoorplicht was niet geschonden omdat eiser en referente reeds uitvoerig waren gehoord.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van connexiteit. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verblijfsdocument wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.