ECLI:NL:RVS:2017:1991
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging oplegging educatieve maatregel alcohol en verkeer ondanks vrijspraak strafzaak
Op 14 maart 2015 werd bij appellant een ademalcoholgehalte van 630 microgram per liter uitgeademde lucht vastgesteld tijdens een politiecontrole. Het CBR legde daarop een educatieve maatregel alcohol en verkeer (EMA) op. Appellant voerde aan niet de bestuurder te zijn geweest, en dat de auto geparkeerd stond zonder sleutels in het contact. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het CBR mocht uitgaan van de juistheid van de processen-verbaal.
Appellant stelde in hoger beroep dat de processen-verbaal onvoldoende gedetailleerd waren en dat hij in de strafzaak was vrijgesproken van rijden onder invloed omdat niet was vastgesteld dat hij bestuurder was. De Afdeling overwoog dat het CBR op grond van de processen-verbaal met voldoende mate van zekerheid mocht aannemen dat appellant bestuurder was en onder invloed handelde. De vrijspraak in de strafzaak was niet bepalend omdat het hier een bestuurlijke maatregel betreft die een lagere bewijslast kent.
Verder werd het verzoek van appellant om de verbalisanten te horen afgewezen, omdat de processen-verbaal voldoende duidelijk waren. Ook het beroep op artikel 6 EVRM Pro faalde, omdat de EMA geen strafrechtelijke sanctie is. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de oplegging van de educatieve maatregel alcohol en verkeer door het CBR aan appellant.