ECLI:NL:RVS:2016:2016
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit oplegging educatieve maatregel Alcohol en Verkeer wegens onvoldoende motivering
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) legde appellante op 19 november 2013 een educatieve maatregel Alcohol en Verkeer (EMA) op naar aanleiding van een schriftelijke mededeling van de Regiopolitie Rotterdam-Rijnmond over een ademalcoholgehalte van 540 µg/l bij appellante op 10 november 2013. Appellante maakte bezwaar tegen deze maatregel, dat door het CBR en de rechtbank Rotterdam werd afgewezen.
In hoger beroep betoogde appellante dat het opleggen van de EMA een strafrechtelijke maatregel zou zijn, waardoor het ne bis in idem-beginsel van artikel 6 EVRM Pro zou gelden, en dat het CBR onterecht van het proces-verbaal was uitgegaan zonder voldoende tegenbewijs te erkennen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de EMA een bestuurlijke maatregel is en niet onder het ne bis in idem-beginsel valt. Wel stelde de Afdeling vast dat het proces-verbaal onvoldoende rechtvaardigt dat appellante zelf onder invloed de auto bestuurde, mede gelet op het ambulanceritformulier en de verklaringen over een kennis die mogelijk de bestuurder was.
De Afdeling concludeerde dat het besluit van het CBR niet deugdelijk was gemotiveerd en vernietigde het besluit en de uitspraak van de rechtbank. Het CBR moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de overwegingen. Tevens werd het CBR veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het besluit van het CBR tot oplegging van de educatieve maatregel Alcohol en Verkeer wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.