ECLI:NL:RVS:2016:253
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- C.M. Wissels
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Verstrekking inkomensgegevens door Belastingdienst aan verhuurder sociale huurwoning zonder wettelijke grondslag niet toegestaan
De zaak betreft een geschil over de verstrekking van inkomensgegevens door de Belastingdienst aan de verhuurder van een sociale huurwoning. De huurder, appellant, maakte bezwaar tegen deze gegevensverstrekking en tekende verzet aan op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp).
De staatssecretaris van Financiën stelde dat de Belastingdienst wettelijk verplicht was de gegevens te verstrekken, waardoor het verzet niet-ontvankelijk was. De rechtbank oordeelde echter dat geen wettelijke verplichting bestond en verklaarde het verzet gegrond. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Raad van State bevestigt dat artikel 67 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr) een geheimhoudingsplicht oplegt aan de Belastingdienst, en dat een wettelijke verplichting tot gegevensverstrekking uitdrukkelijk en duidelijk moet zijn neergelegd. De wetten tegen scheefwonen voorzien niet in een dergelijke verplichting voor de Belastingdienst. Daarom is de gegevensverstrekking onrechtmatig en moet het verzet gegrond worden verklaard.
Verder oordeelt de Raad dat de huurder geen recht heeft op schadevergoeding wegens onvoldoende motivering en gebrek aan bewijs van ernstige privacy-schending. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak bevestigt de eerdere uitspraak van de rechtbank en vernietigt het besluit van 1 december 2015 voor zover het verzet ongegrond werd verklaard.
Uitkomst: Het verzet van appellant tegen de verstrekking van inkomensgegevens door de Belastingdienst is gegrond verklaard en de gegevensverstrekking is verboden zolang geen wettelijke grondslag bestaat.