ECLI:NL:RVS:2016:1610
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- B.J. van Ettekoven
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering kinderopvangtoeslag wegens onvoldoende bewijs betaling kosten
Appellant had kinderopvangtoeslag ontvangen voor 2009, maar de Belastingdienst/Toeslagen herzag het voorschot naar nihil wegens het ontbreken van bewijs dat alle kosten van kinderopvang waren betaald. Appellant betwistte dit en stelde dat hij vrijwel alle kosten had voldaan, met bewijs van contante opnames en een verklaring van de gastouder.
De rechtbank oordeelde dat appellant niet had aangetoond dat hij het volledige bedrag had betaald en veroordeelde hem tot volledige terugbetaling van de voorschotten. Appellant ging in hoger beroep en voerde aan dat slechts een klein deel van de kosten niet aantoonbaar was betaald en dat terugvordering van het volledige bedrag onevenredig was.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de wet dwingendrechtelijk voorschrijft dat volledige betaling moet worden aangetoond en dat de Belastingdienst/Toeslagen geen ruimte heeft om terugvordering te matigen. Het bewijs van appellant was onvoldoende, en het niet betaalde bedrag was relatief groot (23,21% van zijn kosten). Het beroep op het evenredigheidsbeginsel faalde. Wel kan appellant een betalingsregeling aanvragen.
De Afdeling bevestigde daarmee het eerdere oordeel en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de voorschotten kinderopvangtoeslag wordt bevestigd.