ECLI:NL:RVS:2014:1706
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing kinderopvangtoeslag wegens onvoldoende bewijs betaling gastouder
De Belastingdienst/Toeslagen stelde het voorschot kinderopvangtoeslag over 2009 van appellant op nihil wegens het ontbreken van bewijs van kosten voor kinderopvang. Appellant heeft in beroep alsnog stukken overgelegd waaruit blijkt dat zij gebruik maakte van drie gastouders, waarvan zij betaling aan twee gastouders met bankafschriften kon aantonen. Voor gastouder A kon zij dit niet met betaalbewijzen staven, ondanks overgelegde urenlijsten en verklaringen.
De rechtbank oordeelde dat appellant onvoldoende bewijs had geleverd van betaling aan gastouder A. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dit oordeel en wijst het hoger beroep af. De Belastingdienst heeft op basis van de aangeleverde stukken de toeslag voor de twee gastouders toegekend, maar niet voor gastouder A.
De Afdeling overweegt dat urenlijsten en verklaringen zonder betaalbewijzen onvoldoende zijn om betaling aan gastouder A aan te tonen. Ook een proceskostenveroordeling wordt afgewezen omdat appellant de relevante stukken eerder had kunnen overleggen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de kinderopvangtoeslag voor gastouder A bevestigd.