ECLI:NL:RVS:2015:1170
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen herziening voorschotten kinderopvangtoeslag over 2007-2011
De Belastingdienst/Toeslagen had bij besluiten van 24 juli 2012 de aan appellant toegekende voorschotten kinderopvangtoeslag over de jaren 2007 tot en met 2011 herzien en op nihil gesteld. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had aangenomen dat appellant de kosten van kinderopvang niet volledig had voldaan, aangezien betalingen via gastouderbureaus voldeden aan de bewijsvereisten. Voor de jaren 2007, 2008 en 2010 kon appellant echter geen schriftelijke afspraken over verrekeningen aantonen, waardoor geen aanspraak op toeslag bestond. Voor 2009 was de overeenkomst onduidelijk over bemiddelingskosten, waardoor de aanspraak terecht was afgewezen.
Voor 2011 was de overeenkomst wel toereikend om de kosten aan te tonen, maar appellant had geen aanspraak over maart en april 2011 omdat er geen opvang was. De Afdeling vernietigde het besluit van 29 oktober 2013 voor zover het betrekking had op 2009 en 2011, handhaafde het voor 2009 en bepaalde dat de Belastingdienst een nieuw besluit moet nemen voor 2011. Tevens werd de Belastingdienst veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen is vernietigd voor de jaren 2009 en 2011, met behoud van rechtsgevolgen voor 2009 en een nieuw besluit voor 2011.