ECLI:NL:RVS:2014:2162
Raad van State
- Hoger beroep
- Th.G. Drupsteen
- J.C. Kranenburg
- P.A. Koppen
- Rechtspraak.nl
Vergoeding nadeel door afsluiting Hollandse Brug voor vrachtverkeer
Appellante verzocht de minister om vergoeding van nadeel als gevolg van de afsluiting van de Hollandse Brug voor vrachtverkeer. De minister wees dit verzoek in 2009 af, waarna bezwaar en beroep volgden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Raad van State stelde in hoger beroep de minister in het ongelijk en vernietigde de eerdere uitspraken.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de minister de schadevergoeding opnieuw moest vaststellen, waarbij het rapport van de schadecommissie van 9 december 2010 als uitgangspunt kon dienen. De minister kende in 2014 een vergoeding toe van €311.893,00, maar appellante betwistte de hoogte en onderbouwde dit met een contra-expertise.
De Raad van State stelde vast dat de minister het aantal omgereden kilometers te laag had berekend en dat een korting van 25% wegens normaal ondernemersrisico terecht was. Uiteindelijk bepaalde de Afdeling dat de minister een vergoeding van €328.309,31 plus wettelijke rente aan appellante moet betalen. Verzoeken om immateriële schadevergoeding werden afgewezen en de minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Minister moet appellante een nadeelcompensatie van €328.309,31 plus wettelijke rente betalen wegens omrijdschade door afsluiting Hollandse Brug.