ECLI:NL:RVS:2013:2317
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J.C. Kranenburg
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Vaststelling nadeelcompensatie na afsluiting Hollandse Brug voor vrachtverkeer
Appellante verzocht de minister om vergoeding van nadeel als gevolg van de afsluiting van de Hollandse Brug voor vrachtverkeer, welke aanvankelijk werd afgewezen. Na bezwaar en beroep vernietigde de rechtbank het besluit, waarna de minister een nieuw besluit nam met een vergoeding van €427.869,00, verminderd met kortingen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de minister terecht een korting van 25% toepaste wegens regulier onderhoud, maar dat een extra korting van 5% onvoldoende was gemotiveerd en daarom onterecht. Tevens werd vastgesteld dat appellante recht heeft op vergoeding van proceskosten in de bezwaarfase.
De Afdeling vernietigde het besluit van 23 september 2013 voor zover deze extra korting en het niet toekennen van proceskosten betroffen. De minister werd veroordeeld tot betaling van een aanvullende schadevergoeding van €30.562,05 vermeerderd met wettelijke rente vanaf 26 oktober 2007, en tot vergoeding van proceskosten voor bezwaar, beroep en hoger beroep.
Uitkomst: De minister moet appellante een aanvullende nadeelcompensatie van €30.562,05 plus wettelijke rente en proceskosten vergoeden.