ECLI:NL:RVS:2013:BZ8704
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtsbescherming bij bezwaar tegen feitelijke uitzetting vreemdelingen
De vreemdelingen hadden bezwaar gemaakt tegen hun feitelijke uitzetting op grond van artikel 72, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De minister verklaarde dit bezwaar ongegrond, maar de rechtbank vernietigde dat besluit en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. De vreemdelingen gingen hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overweegt dat de wetgever met artikel 72, derde lid, Vw 2000 niet heeft beoogd zonder meer bezwaar tegen feitelijke uitzetting mogelijk te maken, maar dat dit bezwaar beperkt is tot de wijze waarop de staatssecretaris zijn bevoegdheid tot uitzetting aanwendt. Tevens kan bezwaar worden gemaakt indien de situatie ten tijde van de feitelijke uitzetting significant afwijkt van die ten tijde van het besluit tot afwijzing, waardoor de rechtmatigheid van de uitzetting niet langer kan worden aangenomen.
De Afdeling oordeelt dat het bezwaarschrift van de vreemdelingen aan de eisen voldoet en dat de staatssecretaris dit had moeten ontvangen en inhoudelijk beoordelen. De rechtbank had ten onrechte het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. De Afdeling vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep gegrond. De inhoudelijke beroepsgronden van de vreemdelingen worden uiteindelijk ongegrond verklaard, waarbij onder meer is geoordeeld dat de Oekraïense autoriteiten de vreemdelingen zullen toelaten en dat het Staatlozenverdrag niet in de weg staat aan uitzetting.
De Afdeling benadrukt dat nieuwe feiten en omstandigheden moeten worden aangevoerd om de rechtmatigheid van de uitzetting te betwisten, en dat het bezwaarschrift alleen kans van slagen heeft indien deze nieuw en relevant zijn of indien bijzondere omstandigheden zoals het arrest Bahaddar van toepassing zijn. De Afdeling sluit af met de vernietiging van de uitspraak van de rechtbank en de ongegrondverklaring van het beroep van de vreemdelingen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdelingen ongegrond verklaard.