Uitspraak
201002098/1/H2) volgt uit artikel 34g van de Wrb en zijn totstandkomingsgeschiedenis (Kamerstukken II, 2003/04, 29 685, nr. 3, blz. 22 e.v.) dat voor het antwoord op de vraag of een verleende toevoeging met terugwerkende kracht moet worden ingetrokken alleen het resultaat van die zaak van belang is. Blijkens de aanvraag en de toelichting daarop heeft [appellant] de onderhavige toevoeging gevraagd voor de boedelscheiding. Nu de toevoeging uitsluitend voor de boedelscheiding is verleend, en niet voor andere procedures, heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat de raad bij het besluit tot intrekking van de toevoeging terecht alleen het resultaat van de boedelscheiding heeft betrokken.