ECLI:NL:RVS:2017:626
Raad van State
- Hoger beroep
- N.S.J. Koeman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking toevoeging rechtsbijstand wegens overschrijding heffingvrij vermogen
De appellant had een toevoeging rechtsbijstand ontvangen voor een echtscheidingsprocedure met nevenvorderingen. Na afronding van de procedure bleek dat het financiële resultaat van de zaak voor appellant € 22.374,50 bedroeg, wat hoger is dan 50% van het heffingvrij vermogen (€ 10.569,50). De raad voor rechtsbijstand trok daarom de toevoeging in, hetgeen door de rechtbank werd bevestigd.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de resultaatbeoordeling alleen voor de laatste toevoeging in hoger beroep had mogen plaatsvinden en dat de procedure nog niet definitief was afgesloten. Ook stelde hij dat niet alle boedelonderdelen waren meegenomen en dat sprake was van strijd met het gelijkheidsbeginsel. De Raad van State oordeelde dat de intrekking terecht was omdat de zaak waarvoor de toevoeging was verleend definitief was afgesloten en het resultaat correct was beoordeeld.
De Raad wees het beroep af en bevestigde het oordeel van de rechtbank. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen. De Raad benadrukte dat het gelijkheidsbeginsel niet meebrengt dat fouten bij de ex-partner van appellant herhaald moeten worden.
Uitkomst: De intrekking van de toevoeging rechtsbijstand wordt bevestigd omdat het resultaat van de zaak hoger is dan 50% van het heffingvrij vermogen.