ECLI:NL:RVS:2018:2033
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking toevoeging gesubsidieerde rechtsbijstand wegens overschrijding vermogensgrens
Appellant kreeg een toevoeging voor gesubsidieerde rechtsbijstand voor een echtscheidingsprocedure. De raad trok deze toevoeging in omdat het financiële resultaat van de zaak, bestaande uit een vordering van €40.000, het normbedrag van 50% van het heffingvrij vermogen (€12.218,50) ruimschoots overschrijdt.
Appellant voerde aan dat de waarde van de woning in Marokko lager is dan door de raad gesteld en dat hij mogelijk geen recht heeft op de woning vanwege de nog niet afgeronde scheiding in het land van herkomst. Hij stelde dat de vordering oninbaar is en dat de raad de kans op verkoop onvoldoende heeft beoordeeld.
De rechtbank en de Raad van State oordeelden dat appellant zijn stellingen onvoldoende met stukken heeft onderbouwd. De kostprijsbepaling die appellant overlegde, ondersteunt niet dat het resultaat lager is dan het normbedrag. De raad is verplicht de toevoeging in te trekken tenzij zwaarwegende omstandigheden zich daartegen verzetten, wat hier niet het geval is.
Ook het argument dat de toevoeging van de ex-echtgenote niet is ingetrokken, leidt niet tot een ander oordeel. Het gelijkheidsbeginsel verplicht de raad niet om een eventuele fout bij de ex-echtgenote te herhalen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de toevoeging bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de toevoeging voor gesubsidieerde rechtsbijstand wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.