ECLI:NL:RVS:2018:3188
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- B.P. Vermeulen
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking toevoeging rechtsbijstand wegens resultaatprocedure nalatenschap
Appellant kreeg een toevoeging voor rechtsbijstand in een procedure over de nalatenschap van zijn moeder. Na vonnis bleek dat appellant een bedrag van €40.164,70 uit de nalatenschap toekomt, wat hoger is dan 50% van het heffingsvrije vermogen. De raad trok daarop met terugwerkende kracht de toevoeging in, wat door de rechtbank werd bevestigd.
Appellant voerde aan dat de procedure niet over de verdeling ging maar over verrekening van schulden en dat hij geen positief financieel resultaat had behaald. Ook stelde hij dat het erfdeel oninbaar was vanwege beslag en dat hij vanwege schulden recht had op toevoeging wegens zwaarwegende omstandigheden. De Afdeling oordeelde dat de procedure wel degelijk over de verdeling ging en dat het behaalde resultaat relevant is, ongeacht of appellant eisende of verwerende partij was.
De Afdeling stelde vast dat het beslag niet door derden was gelegd maar door een familielid, waardoor het niet oninbaarheid veroorzaakte. Appellant had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het erfdeel oninbaar is of dat er zwaarwegende omstandigheden zijn. Ook faalde het beroep op het vertrouwensbeginsel omdat geen concrete toezegging was gedaan.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de intrekking van de toevoeging voor rechtsbijstand wegens het behaalde resultaat in de nalatenschapsprocedure.