ECLI:NL:RVS:2013:1536
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verzoek uitstel uitzetting wegens medische omstandigheden
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 9 maart 2011 een verzoek van de vreemdeling af om op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 te bepalen dat zijn uitzetting achterwege blijft. Na bezwaar verklaarde de minister dit ongegrond. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het BMA-advies waarop het besluit van 25 november 2011 is gebaseerd, zorgvuldig en inzichtelijk is tot stand gekomen. De behandelaar van de vreemdeling had onvoldoende concreet gemaakt waarom behandeling in het land van herkomst niet mogelijk is, terwijl het BMA heeft vastgesteld dat medische behandelingen in Nigeria beschikbaar zijn en dat de vreemdeling kan reizen onder bepaalde voorwaarden.
De Afdeling vernietigt de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De staatssecretaris heeft niet onzorgvuldig gehandeld door het besluit te baseren op het BMA-advies, ook niet met betrekking tot de noodzaak van een veilige behandelomgeving.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van uitstel van uitzetting wordt bekrachtigd.