ECLI:NL:RVS:2014:4155
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- E. Steendijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verzoek uitzetting achterwege te laten
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 8 augustus 2013 het verzoek van een vreemdeling af om te bepalen dat zijn uitzetting achterwege blijft. Dit besluit werd op 12 maart 2014 bevestigd na bezwaar. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die op 8 juli 2014 het besluit vernietigde. De staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling onderzocht of de staatssecretaris het besluit zorgvuldig had voorbereid en gemotiveerd, met name of de adviezen van het Bureau Medische Advisering (BMA) voldoende inzichtelijk en concludent waren. De rechtbank had geoordeeld dat dit niet het geval was, maar de Afdeling oordeelde dat de BMA-adviezen, die onder meer stelden dat medische noodsituatie op korte termijn niet te verwachten was en dat de benodigde medicatie en behandeling in Guinee beschikbaar zijn, wel degelijk voldoende waren.
De Afdeling stelde vast dat de behandelend artsen van de vreemdeling onvoldoende concreet hadden toegelicht waarom behandeling in Guinee niet effectief zou zijn. Ook was er geen noodzaak voor nader BMA-onderzoek naar nieuwe therapieën die de vreemdeling zou gaan volgen. Gezien deze overwegingen verklaarde de Afdeling het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover deze de rechtsgevolgen van het besluit niet in stand liet, en bepaalde dat de rechtsgevolgen van het besluit van 12 maart 2014 in stand blijven.
Uitkomst: De rechtsgevolgen van het besluit van 12 maart 2014 blijven volledig in stand na vernietiging van de uitspraak van de rechtbank.