ECLI:NL:RVS:2014:1851
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over afwijzing verzoek uitzetting achterwege te laten
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag die het bezwaar van een vreemdeling tegen de afwijzing van zijn verzoek om uitzetting achterwege te laten gegrond verklaarde. De minister had op 22 november 2011 het verzoek afgewezen en op 6 maart 2013 het bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank vernietigde dit besluit en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen.
De staatssecretaris voerde in hoger beroep aan dat de rechtbank ten onrechte het advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) van 18 oktober 2012 als onvoldoende had beoordeeld, omdat het BMA zich niet had uitgelaten over brieven van de behandelaar van de vreemdeling waarin werd gesteld dat medische behandeling in Afghanistan niet effectief zou zijn. De Raad van State oordeelde echter dat het BMA niet verplicht was zich nader uit te laten over deze brieven, omdat deze niet specifiek waren toegespitst op het ziektebeeld van de vreemdeling.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Daarnaast veroordeelde zij de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling en legde een griffierecht op. Hiermee werd het besluit van de minister in stand gelaten en de procedurekostenveroordeling bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het vonnis van de rechtbank en wijst het hoger beroep van de staatssecretaris af.