ECLI:NL:RVS:2010:BK8949
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- S.F.M. Wortmann
- B.P. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep tegemoetkoming kinderopvang 2005
Bij besluit van 17 juli 2006 stelde de inspecteur de tegemoetkoming kinderopvang voor het jaar 2005 voorlopig vast op €5.062,-. Na bezwaar van appellante werd dit bij besluit van 15 november 2006 herzien en vastgesteld op €12.375,-. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante tegen deze voorlopige vaststelling niet-ontvankelijk, omdat de definitieve vaststelling inmiddels was genomen.
Appellante stelde hoger beroep in bij de Raad van State en betoogde dat zij nog wel belang had bij het beroep omdat de definitieve vaststelling nog niet onherroepelijk was vanwege het openstaande bezwaar. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het beroep tegen de voorlopige vaststelling wel ontvankelijk is, omdat een rechterlijk oordeel over de voorlopige vaststelling ook gevolgen kan hebben voor de definitieve vaststelling.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verwees de zaak terug voor inhoudelijke behandeling. Tevens werd het betaalde griffierecht van €216,- aan appellante terugbetaald. De Afdeling kwam niet toe aan de inhoudelijke beoordeling van de zaak, die nu door de rechtbank moet worden uitgevoerd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor inhoudelijke behandeling.