ECLI:NL:HR:2007:AZ5578
Hoge Raad
- Cassatie
- P.J. van Amersfoort
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak Hof in vennootschapsbelastingzaak over voorlopige aanslag 1999
Belanghebbende, een vennootschap, kreeg voor het jaar 1999 een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting opgelegd ter hoogte van ƒ 456.819. Tegen deze aanslag maakte belanghebbende bezwaar, dat door de Inspecteur werd afgewezen. Vervolgens stelde belanghebbende beroep in bij het Hof Leeuwarden, dat het beroep ongegrond verklaarde.
Belanghebbende stelde daarop cassatieberoep in bij de Hoge Raad en voerde enkele klachten aan tegen de uitspraak van het Hof. De Staatssecretaris van Financiën diende een verweerschrift in. De Hoge Raad beoordeelde de klachten en oordeelde dat deze niet tot cassatie konden leiden.
Gezien artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie was nadere motivering niet vereist, omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad wees het beroep af en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het Hof wordt bekrachtigd.