ECLI:NL:RVS:2009:BH6972
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- R. van der Spoel
- M.A.A. Mondt Schouten
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens onjuiste behandeling inbewaringstelling vreemdeling
De vreemdeling werd op 16 oktober 2008 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 Vreemdelingenwet Pro 2000. Op 27 oktober 2008 volgde een nieuwe inbewaringstelling op een andere grondslag. De rechtbank verklaarde beide beroepen ongegrond, maar hield geen rekening met de samenhang tussen de besluiten en de vereiste hoorplicht.
De Raad van State oordeelt dat de maatregel van 27 oktober 2008 als een nieuw besluit moet worden gezien dat het eerdere besluit vervangt, waardoor artikel 6:19 Awb Pro van toepassing is. De rechtbank had de vreemdeling ook over dit besluit moeten horen, wat niet is gebeurd, waardoor de maatregel onrechtmatig is geworden vanaf 31 oktober 2008.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraken van de rechtbank voor zover zij niet op het besluit van 27 oktober 2008 hebben beslist, en veroordeelt de Staat tot vergoeding van proceskosten en een schadevergoeding aan de vreemdeling. Het beroep tegen het besluit van 27 oktober 2008 dat later werd ingediend, wordt niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraken van de rechtbank en veroordeelt de Staat tot vergoeding van schade en proceskosten wegens onrechtmatige inbewaringstelling.