ECLI:NL:RVS:2007:BB2452
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- H. Troostwijk
- P.A. Offers
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatigheid vreemdelingenbewaring bij gebrek aan uitzettingshandelingen door staatssecretaris
De zaak betreft een hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank 's Gravenhage die de vreemdelingenbewaring van een vreemdeling onrechtmatig verklaarde. De vreemdeling was op 23 juni 2007 in bewaring gesteld met het oog op uitzetting. De rechtbank oordeelde dat vanaf 5 juli 2007 de staatssecretaris geen uitzettingshandelingen meer had verricht en onvoldoende voortvarendheid betoonde, waardoor de bewaring onrechtmatig werd.
De staatssecretaris voerde aan dat vanaf 5 juli 2007 de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) de uitzetting begeleidde en dat dit voldoende voortvarendheid betekende. De Raad van State overwoog dat de IOM slechts het zelfstandig vertrek begeleidt en geen uitzettingshandelingen verricht, die een gedwongen verwijdering met de sterke arm impliceren. Hierdoor blijft de bewaring onrechtmatig zolang de staatssecretaris zelf geen uitzettingshandelingen verricht.
De Raad van State verwierp het beroep van de staatssecretaris en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdeling. De uitspraak benadrukt het belang van voortvarendheid en daadwerkelijke uitzettingshandelingen door de staatssecretaris bij vreemdelingenbewaring.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat de vreemdelingenbewaring onrechtmatig is vanaf 5 juli 2007 wegens het ontbreken van uitzettingshandelingen door de staatssecretaris.