ECLI:NL:RVS:2006:AW1297
Raad van State
- Hoger beroep
- F.P. Zwart
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing periodieke uitkering op grond van Koppelingswet
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leiden om een periodieke uitkering, welke bij besluit van 4 juli 2003 werd afgewezen. Het college verklaarde het bezwaar tegen deze afwijzing niet-ontvankelijk, waarna de rechtbank het beroep ongegrond verklaarde. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de afwijzing van het verzoek wel degelijk een besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht is, ondanks dat het college niet bevoegd was tot het verlenen van de uitkering. De rechtbank had dit ten onrechte anders beoordeeld en het bezwaar onterecht niet-ontvankelijk verklaard.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college, verklaarde het bezwaar ongegrond en bepaalde dat het college niet bevoegd was de uitkering toe te kennen. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, waarbij het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Een inhoudelijke beoordeling van de schrijnende situatie van appellant kon daardoor niet plaatsvinden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van het college vernietigd en het bezwaar ongegrond verklaard, waarbij het college niet bevoegd is de uitkering toe te kennen.