ECLI:NL:PHR:2010:BK9141
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Formele rechtskracht van factuur als besluit in bestuursrechtelijke zin bevestigd
In deze zaak staat centraal of een factuur van de Nederlandse Orde van Accountants-Administratieconsulenten (NOvAA) voor een periodieke preventieve toetsing kwalificeert als een besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en of daaraan formele rechtskracht toekomt. De factuur werd in rekening gebracht bij een lid van de NOvAA, die daartegen bezwaar maakte en vervolgens een civiele procedure startte.
De Raad van State en het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) oordeelden dat de factuur als besluit moet worden aangemerkt, ook al ontbrak een wettelijke grondslag voor de heffing. De Hoge Raad bevestigt dat het bestuursorgaan een besluit heeft genomen, ook als het besluit op onverbindende regelgeving is gebaseerd. Formele rechtskracht betekent dat het besluit als rechtmatig moet worden beschouwd, tenzij er bijzondere omstandigheden zijn die een uitzondering rechtvaardigen.
De Hoge Raad benadrukt dat de burgerlijke rechter gebonden is aan het oordeel van de bestuursrechter over het rechtskarakter van de factuur. Ook wordt bevestigd dat een onbevoegd genomen besluit beroepbaar is en dat bezwaar en beroep openstaan. De uitzondering op formele rechtskracht kan alleen gelden bij zeer bijzondere omstandigheden, zoals een niet-verwijtbaar verzuim om bezwaar te maken, wat in deze zaak niet is vastgesteld.
Ten slotte oordeelt de Hoge Raad dat de weigering van de NOvAA om op het besluit terug te komen niet onrechtmatig kan worden geacht zolang het besluit formele rechtskracht bezit en er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn die herziening rechtvaardigen. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de factuur een besluit is met formele rechtskracht en wijst het cassatieberoep af.