ECLI:NL:RVS:2003:AF5566
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- H.G. Lubberdink
- J.E.M. Polak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na toetsing geloofwaardigheid asielrelaas
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister is afgewezen. De voorzieningenrechter heeft dit besluit bevestigd, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State overweegt dat de beoordeling van de geloofwaardigheid van het asielrelaas primair aan de minister toekomt en dat de rechter slechts terughoudend toetst of het oordeel van de minister redelijk is. De toetsing door de voorzieningenrechter wordt als juist en niet marginaal beoordeeld.
Verder oordeelt de Raad dat de procedure voldoet aan de eisen van zorgvuldigheid en motivering en dat de grieven van appellante, waaronder een beroep op schending van artikel 6 en Pro 13 EVRM, niet slagen. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel bevestigd.