Uitspraak
zaaknummers: BRE 20/9423 tot en met 20/9428, 21/120, 21/122, 21/123 en 21/125
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 mei 2025 in de zaken tussen
mr. [belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur
de Staat der Nederlanden (de Minister van Justitie en Veiligheid), de Staat.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
- de beroepen voor wat betreft de vergrijpboeten die zijn opgelegd bij de aanslagen IB/PVV over de jaren 2015 tot en met 2017 gegrond verklaren en de beroepen voor het overige ongegrond verklaren;
- alle vergrijpboeten verminderen; en
- een vergoeding van immateriële schade toekennen.
Feiten
Beoordeling door de rechtbank
- belanghebbende heeft ook desgevraagd geen afschriften overgelegd van contracten die met de Franse dienstverleners zijn gesloten;
- de op de facturen vermelde bedragen zijn zo hoog dat het niet aannemelijk is dat een zakelijk handelend ondernemer die zonder contractueel vastgelegde afspraken en zonder enige specificatie zou betalen;
- het is ongebruikelijk dat bedragen die zo hoog zijn als die van de facturen telkens contant worden afgerekend; de rechtbank acht de verklaring van belanghebbende dat contante betalingen in Frankrijk gebruikelijk zijn onaannemelijk gezien de hoogte van de bedragen;
- belanghebbende en de echtgenote hebben de omzetbelasting die op de facturen is vermeld niet teruggevraagd, terwijl het om aanzienlijke bedragen gaat;
- de Franse dienstverleners zijn niet bekend bij de Franse Belastingdienst (zie 3.17);
- de Franse dienstverleners zijn niet gevestigd op de op de facturen genoemde adressen (zie 3.17);
- het op de facturen van [bedrijf 4] genoemde telefoonnummer is niet toegekend (zie 3.17);
- belanghebbende en/of de echtgenote hebben na de aangekondigde correcties, noch in bezwaar, noch in beroep, enig bewijs geleverd omtrent het bestaan van de Franse dienstverleners en/of het daadwerkelijk afnemen van diensten van de Franse dienstverleners en/of het daadwerkelijk betalen van bedragen aan de Franse dienstverleners.
- het in de verkoopovereenkomst genoemde telefoonnummer van de heer [persoon 3] is een niet bestaand telefoonnummer (zie 3.6);
- het in de verkoopovereenkomst genoemde adres van de heer [persoon 3] is een niet bestaand adres (zie 3.6);
- het is onaannemelijk dat de heer [persoon 3] , zelfs als hij na aankoop van de auto’s ernstig ziek is geworden, wel voor de auto’s heeft betaald maar deze niet heeft laten ophalen en ze ook niet op zijn naam heeft laten zetten;
- de in de verkoopovereenkomst genoemde prijs voor de vier auto’s is, gezien het onderzoek dat de inspecteur heeft verricht, onaannemelijk laag, waarbij de rechtbank geen waarde hecht aan de door belanghebbende en zijn echtgenote overgelegde taxatierapporten, welke peildata kennen / zijn opgemaakt op data die ver liggen na de datum die wordt genoemd in de verkoopovereenkomst.
- in het e-mailbericht van 16 november 2015 staat dat de verkoper, de heer [persoon 5] , vijf jaar eerder is gestopt met zijn advocatenpraktijk, maar volgens de Haagse Orde van Advocaten is er geen heer [persoon 5] bekend die is gestopt als advocaat (zie 3.9);
- volgens de rittenregistratie van de zakelijke auto hebben er op 16 november 2015 twee ritten plaatsgevonden naar de [adres 2] , maar heeft er volgens het bevolkingsregister op die datum geen heer [persoon 5] in die straat gewoond (zie 3.9);
- een prijs van € 11.395 voor bedoelde parlementaire geschiedenis komt de rechtbank onaannemelijk hoog voor, mede gezien het feit dat die parlementaire geschiedenis gratis raadpleegbaar is op internet;
- een contante betaling tot de door belanghebbende gestelde hoogte is, ook voor transacties via Marktplaats, ongebruikelijk.
- ten aanzien van een aantal correcties heeft belanghebbende in het geheel niets aangevoerd;
- ten aanzien van de overige correcties heeft belanghebbende slechts blote stellingen ingenomen, zonder overlegging van enig objectief controleerbaar bewijs.
- de Franse facturen, omdat belanghebbende en/of de echtgenote deze heeft/hebben vervalst en belanghebbende dit tenminste moet hebben geweten;
- de factuur betreffende “reparatie en vervanging onderdelen van het toilet” aangezien deze factuur op verzoek van belanghebbende en/of de echtgenote is aangepast en dus eveneens vervalst, en belanghebbende dit tenminste moet hebben geweten.