ECLI:NL:RBZWB:2024:608
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek teruggaaf dividendbelasting buitenlands fonds
Belanghebbende, een buitenlands fonds uit Luxemburg, heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar verzoek om teruggaaf van dividendbelasting over 2013. De inspecteur had het verzoek afgewezen en wenste niet te worden gehoord op zitting, waarop de rechtbank zonder zitting uitspraak deed.
Belanghebbende baseert haar teruggaafverzoek op het Unierecht en stelt dat zij vergelijkbaar is met een fiscale beleggingsinstelling (fbi). De rechtbank oordeelt echter dat de Hoge Raad heeft vastgesteld dat het vrije verkeer van kapitaal niet wordt belemmerd door het feit dat buitenlands gevestigde beleggingsinstellingen niet in aanmerking komen voor afdrachtvermindering, en dat deze jurisprudentie ook hier van toepassing is.
De rechtbank ziet geen reden om af te wijken van deze lijn of prejudiciële vragen te stellen. Zelfs indien sprake zou zijn van een belemmering, zou rechtsherstel volgens de Hoge Raad plaatsvinden via een vervangende betaling, waardoor geen hogere teruggaaf mogelijk is. Ook eerdere uitspraken van het gerechtshof en de werking van het Luxemburgse fiscale systeem ondersteunen dit oordeel.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, wijst teruggaaf en rente af en vergoedt geen proceskosten. Belanghebbende kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende op teruggaaf dividendbelasting wordt ongegrond verklaard.